Reizen.webBlad.info
Onmisbare informatie voor de reiziger

Meest bekeken
>Zonsverduistering Turkije in 2006
>Kerstmarkten in Duitsland
>Zonsverduistering 2008


Recente artikelen
>Verkennen van Lissabon
>Naar Zuid-Afrika voor cosmetische chirurgie
>Kerst in Valencia
>Verlies stress én gewicht in Duitse kuurhotels
>Santos Lissabon magneet voor trendy designers
>Sosoye behoort tot de mooiste dorpen van Ardennen
>Vakantie op boerderijen in Zuid-Tirol
Alle artikelen


Natuur in India

Rondreizen in India is te vergelijken met het bladeren in de grote dierenencyclopedie. Een brullende Aziatische leeuw vanuit een jeep. Een groep pauwen langs de trein. Een zonnebadende krokodil vanuit de bus. Je kan het zo gek niet verzinnen of je komt het wel tegen. Natuur is er in overvloed: van tropische regenwouden in het zuiden tot droge loofbossen in het noordoosten tot het Himalayagebergte in het noorden. Een bezoek aan vier National Parks: Girforest, Barathpur, Marine Park en Corbett Nationaal Park.

Het is zes uur. Buiten is het nog donker. Je mag niet zomaar in een Nationaal Park. Je moet een vergunning halen, een gids regelen en een jeep huren. De gids blijkt twee woorden Engels te kennen: 'Lions. Much Lions'. De jeep wordt volgepropt. Gelukkig zit ik helemaal achterin zodat ik half naar buiten kan hangen. O.K., de Gir-rally kan beginnen. In een moordend tempo crossen we door het bos. Ik had het kunnen weten. Die chauffeur krijgt per kilometer betaald. Relaxed is anders. Mijn hoofd ketst steeds tegen de stang. Ik stel me toch iets anders voor bij natuurbeleving. Ik zie ook bijna niets. Af en toe remmen we even voor een groepje damherten of een voetspoor van een leeuw. ‘Lions. Much lions’, zegt de gids dan. Ik krijg echt zo’n dierentuingevoel, dat wordt versterkt door de honderden pauwen. Ze zijn wel wild, maar het doet mij zo aan een kinderboerderij denken. Opeens een brul. De gids springt uit de jeep en gaat op zoek. Nog een brul en dan niets meer. Twee uur later, met twee brullen in onze broekzak, zijn we weer in Sassan Gir. 'Of we nog een keer willen', vragen ze dan. 'Nee, ik ga wel lopen', antwoord ik.

Een dag later om een uur of vier loop ik door de bufferzone. Opvallend zijn de grillige vormen van de bomen. Dit komt mede doordat deze bomen steeds maar weer zijn gekapt. Ze zijn daardoor meer in de breedte dan in de hoogte gaan groeien. Ik draai een aantal grote stenen om en vind meteen een schorpioen met jongen.

Barathpur
Een mooi staaltje natuurontwikkeling. Een Mogol, één van de oude keizers van India, bouwt een dam voor drinkwater. Een gebied komt onder water te staan en per ongeluk heb je het mooiste vogelreservaat van de wereld gemaakt. Barathpur is de Taj Mahal voor vogelaars. Beide zijn gemaakt door een Mogol. Beide zijn vol met toeristen.

Jurgen, mijn broer, ligt al te pitten onder de klamboe. Met lichtelijke verbazing blader ik nog even de soortenlijst door. Meer dan 500 soorten vogels. In mijn Indiaas vogelboek staan er maar 300. Een aantal soorten moet ik morgen zien: de Siberische Kraanvogel, Pelikanen en een aantal soorten Ijsvogels. Ik vang wat flarden van het gesprek achter me op. 'Er zijn dit jaar maar twee Siberische Kraanvogels gezien. ..Die natuurfotograaf zit hier nu al een maand... Jammer dat het seizoen eigenlijk net over is.' De volgende ochtend is het zover. Al snel begint het aanstrepen in mijn vogelboek. Een nieuwe soort Gier, een Pied IJsvogel, een black Caped IJsvogel, een Saurus Kraanvogel en noem maar op. Dit is pas vogels kijken. Onze gids weet precies waar alles zit, fietst naar de plaats, gaat de vogel zoeken en als ie hem gevonden heeft, duwt hij de cycle-ricksaw naar de kant zodat wij kunnen blijven zitten. We hebben geluk met de Siberische Kraanvogels; ze zitten net naast het pad. Prachtige beesten en bloedje zeldzaam. Spierwit met een rode kop. Je ziet ze wel eens op van die Japanse tekeningen.

Python
'Jullie willen vast wel een python zien', vraagt de gids en fietst weer verder. Pythons zijn wurgslangen die meer dan tien meter lang kunnen worden. Ze hebben een rustig leven. Na het wurgen en naar binnen laten glijden van een jong hertje moeten ze weer een week in het zonnetje bijkomen. De Pythons in Barathpur hebben als toeristische trekpleister minder geluk. Het hol ligt net naast de weg. Het mannetje Python komt langzaam z’n hol uitglijden. Als ie er half uit is, kijkt ie ons aan. ‘Deze Python woont samen in één hol met een stekelvarken’, vertelt de gids. De hoofdrolspeler van acht meter vindt dat zijn optreden nou wel lang genoeg geduurd heeft en glijdt weer naar binnen.

We moeten van de gids het herdenkingsbord zien. Het doet me denken aan een oorlogsmonument. Die Engelsman heeft met 35 geweren 200 zakken vogels geschoten. Een andere heeft met 20 geweren 80 zakken vol. Alleen al de term 'zakken vogels' zegt mij genoeg over de manier van jagen. Een goede milieu-indicator is zo’n monument. Je ziet het aantal 'zakken vol' per geweer in het verloop van de tijd afnemen. 'Kun je een mooie grafiek van maken', zeg ik tegen Jurgen. Probeer het je voor te stellen. Je zit met je verrekijker over een nat grasland te turen. De dode bomen hangen scheef van de nesten en zorgen voor een blauwe waas. Verderop een witte vlek met allerlei soorten Zilverreigers, Pelikanen en Lepelaars. Boven je vliegen twee kiekendieven, achterna gezeten door een arend. Tussen de duizenden vogels staan een aantal damherten en antilopen. Dat is nou Barathpur: een dierentuin maar dan echt.

Zon, zee en strand
Aan de oostkant van de Gulf of Kachchh, ergens in het oosten van India, ligt een Marine Park. 'Meer informatie bij de afdeling bossen in Jamnagar', leest Nicolas. Nicolas, een Canadees, ben ik een aantal dagen geleden tegengekomen.   Wij daarheen. 'Je kunt er alleen in met een boot en dat kost je 600 roepies', zegt het hoofd van de afdeling bossen, 'maar ik ga zo met mijn familie een dagtrip maken. Jullie kunnen wel mee, als jullie willen.' Tuurlijk willen we dat.
Met een jeep worden we naar de haven gebracht. Onderweg zie ik al een paar Witte Ibissen en een grote groep Flamingo's. De boot ligt al klaar en de hele familie, en die kan nogal groot zijn in India, stapt in. Nicolas en ik gaan op het dak zitten. Puffend varen we de haven uit. Puffend qua bootje maar zeker ook qua hitte.
Mangrovebomen leven in zout water. De wortels steken met de punten uit het zand, zodat ze genoeg zuurstof kunnen opnemen. Nicolas had mij spectaculaire verhalen verteld van zijn half jaar in de mangrovebossen van Costa Rica. 'Metershoge bomen waar je met een bootje tussen vaart', had ie gezegd. Dit is toch wel iets anders. De bomen zijn niet meer dan anderhalve meter hoog en staan alleen aan de randen. 'Dit Nationaal Park is nog maar tien jaar oud. Pas nu begint het zich een beetje te herstellen', verklaart de hoge pief de slechte kwaliteit van het bos. 'Daarvoor is door houtkap en door de winning van koraal het gebied totaal vernietigd. Het is nog maar de vraag of het zich sowieso kan herstellen. Om de hoek zit namelijk een gigantische chemische industrie.'

We stranden op een onbewoond eiland. Het is hoog tijd voor een verfrissende duik in de zee. Zwemmend zie ik verderop een tiental nekken uit het water steken. De aalscholverachtige koppen draaien alle kanten op. Het zijn snakebirds die als ze zwemmen helemaal onder water liggen.
Lig ik net lekker op het strand in de schaduw te bakken, krijg ik bijna heimwee. Het wordt eb en voor mij komt onze Waddenzee tevoorschijn. De rood-witte vuurtoren op het volgende eiland maakt het plaatje af. Mijn dagdroom wordt ruw verstoord door het bericht dat we verder gaan. Recht de zee in, naar de koraalriffen. Terwijl we over het dode koraal wadlopen rent een Indiër van hot naar her op zoek naar zeewild. Na een achtervolging van tien minuten heeft ie iets: een inktvis. En even later een kogelvis. Al wadend door het water begint het donker te worden. We stoppen en vinden een stukje levend koraal. 'De boot komt ons hier ophalen', vertelt iemand terwijl we in het pikdonker midden in zee staan. Anderhalf uur later zitten we verkleumd in de boot. De boot zit vast.

Menseneters

'Voordat ik wegga moet ik nog een olifantentrip maken', zegt Jurgen. Corbett Nationaal Park ligt het dichtste bij, maar elf uur reizen. Het park is vernoemd naar Jim Corbett, schrijver van het boek 'De menseneters van Kumaon'. Jim Corbett: de held van de streek omdat hij een aantal mensenetende tijgers gedood heeft. Jim Corbett: een beul omdat hij voor de kick honderden andere tijgers en luipaarden geschoten heeft. 's Avonds zit ik in het hotel z'n boek te lezen. Wist je dat zo’n tijger, als ie eenmaal de smaak te pakken heeft, zo'n 200 mensen te pakken neemt? Gelukkig eet hij alleen mensenvlees als hij door jagers als Jim verminkt wordt.
De olifantentrip is ideaal. Zachtjes wiebelend gaan we dwars door het woud. Hoge en wilde ondergroei, bezaaid met dode bomen en allerlei verschillende soorten bomen. We turen de bomen en de grond af op zoek naar tijgers. Voedsel hebben ze in ieder geval genoeg. Honderden Damherten en een enkele Sambar blijven rustig doorgrazen als onze olifant voorbij komt. 'Hè, is dat geen wilde olifant', roept Jurgen enthousiast, 'maar waarom zit er dan iemand op?', zegt ie als we dichterbij komen. Later zien we wel echte wilde olifanten.


zoek
info
contact
rss


Overige webBladen
Nieuw: webBlad over Zwangerschap, met..
>Sterfte baby's rond geboorte
>Zwangere ondernemer moet uitkering krijgen
>Helft pilgebruikers opgelucht bij menstruatie

© 2017 webBlad.info   Free counter and web stats